“Rijk
heeft een doelpunt gemaakt!”, sms’t Remco vanaf het voetbalveld.
“Je andere
zoon ligt met Hello Kitty zwemvleugeltjes om zijn benen in bad!” sms ik terug.
Ties kijkt
me ondertussen bozig aan met zijn hoofd in een guillotine-achtige zwemkraag die
ik op proef heb besteld. De zwemvleugeltjes zijn ter comfort. Het is een
experiment. Het zoveelste.
Sinds ik me kan herinneren loop ik aan mijn spastische zoon te schudden (voor de rompbalans), te trekken (voor de soepelheid), hengels met koekjes voor te houden (om te leren kruipen), van zelfgemaakte wigkussens te duwen (om te leren rollen) of op het skateboard van zijn grote neef te binden (ik ben vergeten waarom dat was).
Kilometers
hebben we afgelegd, van osteopaat via cranio sacraal therapeut naar Chinese medicijnman.
En het hele rondje nog een keer. De resultaten waren spectaculair.
“Vind je
ook niet dat hij íetsje beter naar rechts kijkt?”
“Nou!”
“Hij houdt
z’n knuistjes veel meer open hè?”
“Ja, dat
was de reis naar Dortmund waard hoor. Echt!”
Een vriend
in rolstoel vertelde mij ooit zijn kant van het verhaal. Hoe ook hij door zijn
moeder de halve wereld over werd gesleept. En hoe hij zich bij elke alternatieve
hand boven z’n hoofd afvroeg waarom hij eigenlijk 'beter' moest worden. Alsof
hij niet goed genoeg was.
“Je bent
goed zoals je bent,” zei ik in het vervolg tegen Ties. “Maar het kan altijd
beter dus probeer deze ligfiets met meeverende zijwieltjes even uit.”
Ga eens fijn
bij de psycholoog accepteren dat je kind gehandicapt is, zou een objectieve
buitenstaander zeggen. Maar wat is accepteren? En wanneer gaat acceptatie over
in ‘stoppen met je best doen’? Of erger: ‘opgeven’?
Alle kinderen met een beperking die als volwassene een succesvol, zelfstandig leven leiden, hebben één ding gemeen. Ouders die stokstijf weigerden de handicap van hun kind te erkennen. Niet gehinderd door enig wetenschappelijk bewijs blijf ik daarom koppig geloven dat Ties alles kan bereiken. Al moet ik hem nog op 1000 skateboards van kussens afduwen om zover te komen.
Inmiddels
zit Ties weer aangekleed in zijn rolstoel na ons mislukte badavontuur. Z’n
zusje dramt dat ze ook zo gek wil drijven.
Met de
aangepaste zwemkraag om haar nek en de Hello Kitty vleugeltjes om haar benen ligt
ze even later te dobberen. Intens gelukkig. Want als je moeder op je
experimenteert, dan weet je pas dat ze echt van je houdt.

