"Mag ik voor uw zoon
bidden?" vraagt een vrouw als ik op de Grote Markt de rolstoel van Ties
door de zaterdagdrukte laveer.
"O ja hoor," antwoord
ik. En loop door.
"Maar dan moet u wel
stilstaan!!!" roept de vrouw me na. Ze heeft haar handen al opgeheven.
Ik ga er nog sneller van
lopen.
De zon schijnt. We hebben net
koffie gedronken en taart gegeten. In ruil daarvoor mag ik straks zoveel kleren
passen als ik wil, heeft Ties mij beloofd. Daarna doen we weer iets dat hij
leuk vindt. Waarschijnlijk koffie drinken en taart eten.
En dan, door zo'n vrouw, ben ik
opeens niet meer gezellig met mijn oudste kind op pad maar duw ik een
lepralijder voort. Een ongelukkige. Een ongeneeslijk zieke die slechts gered kan worden onder de luifel van een marktkraam met 'Jezus Leeft'.
Eigenlijk had ik wel moeten
stilstaan. Om de vrouw te vragen wat haar bezielt om voor Ties te willen
bidden. Waarom ze denkt dat het niet goed met hem gaat. En of ze mij ook had
aangesproken als ik met m'n 4-jarige dochter was
langs gehuppeld.
Maar ja. Het is altijd zo goed
bedoeld. Het beeld van een kind in een rolstoel maakt kennelijk iets los bij
mensen. En daar moeten ze dan wat mee.
Zoals die bejaarde die mij een
welgemeend "Ik vind het zo rot voor je meid!" toefluistert. Of de
moeder van een kind dat net als Ties was, maar nu dood. En die daar dan
uitgebreid over gaat vertellen over het hoofd van de mijne, die nog leeft en
niet gek is (en ook niet doof).
Of de twee jongens in de pizzeria die
rond het tafeltje cirkelen waar ik met Ties zit. Ze kijken een beetje. Lopen
weer weg. Komen weer zitten, een tafeltje verderop.
Net als ik ze uit hun lijden
wil verlossen door "Willen jullie soms weten wat hij heeft?" te roepen, neemt de dapperste het woord.
"Mag ik u wat vragen? Is hij, ongeacht zijn ziekte, wel gelukkig?"
"Volgens mij wel," zeg ik. "Ties, ben je gelukkig, 'ongeacht je ziekte'?"
Ties kijkt de jongens aan, opvallend
helder voor zijn doen.
Hij zegt luid en duidelijk:
"JA!"
De jongens vertrekken.
Wij gaan weer door met net doen of we een gewone moeder en een gewone zoon zijn, die een pizza eten.